Afstempeling op briefkaarten

 

De stempelvoorschriften schreven voor dat het zegelbeeld op de briefkaarten met het puntstempel moesten worden afgestempeld. Daarnaast moest het dagtekenstempel worden geplaatst. Beide stempels moesten met zwarte inkt worden afgedrukt. Deze zwarte inkt werd vaak vervangen door violette of blauw groene inkt.

Na verloop werden de voorschriften steeds minder nauw genomen. Het rondstempel werd geleidelijk aan steeds vaker als vernietigingsstempel gebruikt. De literatuur (o.a. Beer van Dingstee) geeft hiervoor als verklaring dat het afstempelen vaak door inlanders geschiedde en dat deze zich niet altijd aan de voorschriften hielden. Ook konden postbeambten het overbodig vinden een briefkaart met twee verschillende stempels af te stempelen.

Voor briefkaarten werd in artikel 102 van HV 1882 bepaald:

"De dagteekeningstempel van het kantoor van oorsprong wordt aan de voor- of adreszijde der briefkaarten in dier voege afgedrukt, dat de afdruk dien van den postzegelstempel ongeveer voor de helft bedekt.
De naamstempel der hulpkantoren wordt boven het woord "Briefkaart" afgedrukt. De dagteekeningstempel van het kantoor van bestemming wordt mede aan de voorzijde, in den linker bovenhoek afgedrukt."

Hoe dan ook briefkaarten na 1889, die nog volgens de oorspronkelijke voorschriften met puntstempel zijn afgestempeld, zijn schaars. Briefkaarten met een correcte afstempeling uit 1892 (en misschien 1893) zijn een rariteit.

Voor de bekende briefkaarten met een puntstempel wordt een register op deze website bijgehouden.

 

Briefkaart G10 verstuurd van Padang Sidempoean op 21-11-1982 naar Amsterdam aankomst 31-12-1892 via Padang 28-11-1892  over Genua met bestellerstempel. Waarschijnlijk de laatst bekende briefkaart met afstempeling volgens oorspronkelijke voorschriften.