De Briefkaarten van Nederlands Indië

 1874 – 1893

 

In het Indisch Staatsblad nr. 130 van  5 augustus 1873 is een Gouvernements Besluit opgenomen tot introductie van de Briefkaarten in Nederlands Indië. Door de tweede expeditie naar Atjeh (eind 1873, begin 1874) is deze introductie enigszins vervroegd. Aan alle deelnemende officieren en minderen zouden namelijk kosteloos briefkaarten beschikbaar worden gesteld. De briefkaarten werden op 1-4-1874 in de rest van Nederlands Indië aan de loketten verkrijgbaar gesteld.

De stempelvoorschriften schreven voor dat het zegelbeeld op de briefkaarten met het puntstempel moesten worden afgestempeld. Daarnaast moest het dagtekenstempel worden geplaatst. Beide stempels moesten met zwarte inkt worden afgedrukt. Deze zwarte inkt werd vaak vervangen door violette of blauw groene inkt.

Na verloop werden de voorschriften steeds minder nauw genomen. Het rond- en kleinrondstempel werd geleidelijk aan steeds vaker als vernietigingsstempel gebruikt. De literatuur (o.a. Beer van Dingstee) geeft hiervoor als verklaring dat het afstempelen vaak door inlanders geschiedde en dat deze zich niet altijd aan de voorschriften hielden. Ook konden postbeambten het overbodig vinden een briefkaart met twee verschillende stempels af te stempelen.

Voor briefkaarten werd in artikel 102 van HV 1882 bepaald:

"De dagteekeningstempel van het kantoor van oorsprong wordt aan de voor- of adreszijde der briefkaarten in dier voege afgedrukt, dat de afdruk dien van den postzegelstempel ongeveer voor de helft bedekt.
De naamstempel der hulpkantoren wordt boven het woord "Briefkaart" afgedrukt. De dagteekeningstempel van het kantoor van bestemming wordt mede aan de voorzijde, in den linker bovenhoek afgedrukt."

Mede door de toepassing van dit artikel zien we geleidelijk steeds minder briefkaarten met een puntstempel na 1882. Briefkaarten na 1889, die nog volgens de oorspronkelijke voorschriften met puntstempel zijn afgestempeld, zijn zeer schaars. Briefkaarten met een correcte afstempeling uit 1892 (en misschien 1893) zijn een rariteit.

Voor de bekende briefkaarten met een puntstempel wordt een register op deze website bijgehouden.

De hieronder opgenomen briefkaarten komen voor met puntstempels (Gzd. 11, 12 en 13 zijn mij nog niet bekend), zijn chronologisch gerangschikt en hebben de Geuzendam classificatie.

---

Briefkaart Veldpostkantoren Atjeh
Deze briefkaart heeft een stempel Specimen en is als zodanig te onderscheiden van Gzd. 1. De briefkaart werd waarschijnlijk begin januari 1874 geïntroduceerd en de verstrekking heeft tot in het derde kwartaal van 1875 plaatsgevonden.

Aantal verstrekt: ongeveer 100.000

---

Briefkaart Gzd. 1
Deze briefkaart werd op 1-4-1874 geïntroduceerd en raakte in de tweede helft van 1887 uitverkocht. Er zijn een vijftal varianten bekend, waaronder met kopstaande Javaanse tekst.

Aantal verkocht: ongeveer 4.700.000

---

Vraaggedeelte

Antwoord gedeelte

Briefkaart Gzd. 2
Deze gecombineerde briefkaart met betaald antwoord bestaat uit een vraag- en een antwoord gedeelte en werd op 1-4-1874 geïntroduceerd, tot in 1896 verkocht en werden op 1 januari 1901 ongeldig.

Aantal verkocht: ongeveer 301.000

---

Briefkaart Gzd. 3
Op 1 mei 1877 werd het eenheids-briefkaart-port voor het internationale postverkeer van kracht. De briefkaarten werden verkocht vanaf juni 1877 tot 1 april 1879, maar bleven geldig tot 1 januari 1901.

Aantal verkocht: ongeveer 28.000

Meer informatie over deze briefkaart Gzd. 3 kunt u hier lezen.

---

Briefkaart Gzd. 4
Op 1 april 1879 werd het internationale briefkaart-port verlaagd tot 7 1/2 cent. De briefkaart Gzd. 3 werd dus overbodig en moesten worden opgestuurd ter overstempeling met een groot cijfer 5 (cent). Hierna konden de briefkaarten als binnenlandse briefkaart worden gebruikt. De looptijd begon medio 1879 en waren waarschijnlijk aan het einde van 1879 al uitverkocht.

Aantal verkocht: ongeveer 120.000

---

Briefkaart met opdruk “Kleine 5”
Er zijn, in tegenstelling tot de briefkaart Gzd. 4, ook een aantal briefkaarten Gzd. 3 overgestempeld met een zogenaamde "kleine 5". Dit kwam door een foute interpretatie van de voorschriften door een aantal kantoorchefs. Zij stempelden de briefkaarten zelf over met een cijfer 5, afkomstig uit hun collectie dagtekeningstempel cijfers.

Aantal verkocht: ongeveer 2.000

Meer informatie over deze briefkaart met opdruk "kleine 5" kunt u hier lezen.

---

Briefkaart Gzd. 5
Op 1 april 1879 werd het internationale briefkaart-port verlaagd tot 7 1/2 cent. Hiervoor werd de briefkaart Gzd. 5 ontworpen en geproduceerd. De verkoop startte waarschijnlijk in augustus 1879 en de briefkaart raakte waarschijnlijk in de loop van 1886 uitverkocht.

Aantal verkocht: ongeveer 254.000

---

Briefkaart Gzd. 6
Deze briefkaart werd gedrukt met de oude drukplaten van de briefkaart Gzd. 1, alleen werd nu gekozen voor een groene kleur, overeenkomstig de kleur van frankeerzegel Nvph 8. De briefkaarten verschenen in de eerste helft van 1885 aan de loketten en raakten waarschijnlijk uitverkocht in de eerste helft van 1887.

Aantal verkocht: ongeveer 1.500.000

---

Briefkaart Gzd. 7
Deze oplage van de 7 1/2 cent briefkaart werd met de bestaande drukplaat van de briefkaart Gzd. 5 op wit karton, in plaats van roomkleurig karton, gedrukt.
Dit is tevens de laatste briefkaart met een koningsemissie zegelafdruk. De briefkaarten verschenen in de tweede helft van 1886 aan de loketten en raakten waarschijnlijk eind 1887 uitverkocht.

Exemplaren met een puntstempel zijn zeer schaars!

Aantal verkocht: ongeveer 100.000

---

Briefkaart Gzd. 8
In 1886 werd de eerste briefkaart met een zegelafdruk van de cijferemissie geleverd. Daarnaast werd aan de linkerbovenzijde het "Rijkswapen met Mantel" afgedrukt.
De briefkaarten verschenen in de eerste helft van 1887 aan de loketten en raakten waarschijnlijk in de eerste helft van 1890 uitverkocht.

Aantal verkocht: ongeveer 3.030.000

---

Briefkaart Gzd. 9
Naast de briefkaart Gzd. 8 moest er ook een briefkaart 7 1/2 cent voor het internationale postverkeer komen.
De briefkaarten Gzd. 9 verschenen medio 1888 aan de loketten en raakten waarschijnlijk medio 1892 uitverkocht.

Aantal verkocht: ongeveer 203.500

---

Briefkaart Gzd. 10
Door centrale inkoop van papier en karton door het Ministerie van Waterstaat vanaf 1889, kwam er een standaardisatie van kleuren voor zegels en briefkaarten.
De briefkaarten Gzd. 9 verschenen in de eerste helft van 1890 aan de loketten en raakten waarschijnlijk eind 1903 uitverkocht.

De bovenstaande afbeelding is de laatst mij bekende briefkaart met een puntstempel afstempeling.

Aantal verkocht in de puntstempel periode tot medio 1893: ongeveer 5.550.000

---

Briefkaart Gzd. 11
De vraag- en antwoordbriefkaarten Gzd. 11 verschenen eind 1892 aan de loketten en raakten waarschijnlijk inde tweede helft van 1906 uitverkocht.

Mij geen exemplaar met puntstempel bekend.

Aantal verkocht in de puntstempel periode tot medio 1893: ongeveer 2.000

---

Briefkaart Gzd. 12
De briefkaarten Gzd. 12 verschenen in de eerste helft van 1891 aan de loketten en raakten waarschijnlijk eind 1902, begin 1903 uitverkocht.

Mij geen exemplaar met puntstempel bekend.

Aantal verkocht in de puntstempel periode tot medio 1893: ongeveer 65.000

---

Briefkaart Gzd. 13
De vraag- en antwoordbriefkaarten Gzd. 13 verschenen eind 1892 aan de loketten en raakten waarschijnlijk in de tweede helft van 1906 uitverkocht.

Mij geen exemplaar met puntstempel bekend.

Aantal verkocht in de puntstempel periode tot medio 1893: ongeveer 2.200

---

 

Literatuur
  1. Sleeuw, R.A.
    De emissies 1870, 1883 en 1892 van Nederlandsch - Indië
    NBFV, 1992, ISBN 90-73863-04-X
    Bladzijde 132-161.
     
  2. Geuzendam's Catalogus van de postwaardestukken van Nederland en Overzeese Rijksdelen
    7e editie
    Po&Po, 1997, ISBN 90-71650-13-8
    Bladzijde  81-82.

Lees ook het artikel over de Enveloppen van Nederlands Indië

---