EXPEDITIEKANTOOR OP DE MAILSTOMER,
VARENDE TUSSEN BATAVIA EN SINGAPORE
|
Voor een beter begrip is het zinvol om een hoofdstuk te wijden aan het expeditie kantoor aan boord van de mailstomer. In de eerste plaats omdat over dit kantoor nooit eerder is gepubliceerd en in de tweede plaats omdat de noodzaak van dit varende kantoor kwam te vervallen toen in 1878 de postagentschappen werden geopend. De beschikbare informatie is echter uiterst beperkt en bovendien werpt het de nodige vragen op. Zo is het nog steeds niet duidelijk, wanneer deze kantoren precies werden opgericht. Vanaf 1 augustus 1845 tot februari 1853 werd de maandelijkse afhaaldienst op Singapore bij toerbeurt verricht door gouvernements marinestoomschepen. Met ingang van februari 1853 werd twee keer per maand voor Indië bestemde mail te Singapore aangebracht en ook vanuit Indië werd de mail halfmaandelijks naar Europa verzonden. De inmiddels opgerichte Nederlandsch-Indische Stoomvaart Maatschappij (N.I.S.M.) heeft toen in afwisseling met de Marine het traject BataviaSingapore bevaren tot 1 juni 1854. Op die datum werd een door het Gouvernement afgesloten contract met de N.I.S.M. van kracht voor de tijd van vijf jaar. Daarmee werd een geregelde pakketvaart door middel van stoomschepen in de Indische Archipel onderhouden. Nu was men ook niet meer aangewezen op de marinestoomschepen om post op te halen. Een van de lijnen werd de maandelijkse route van Batavia over Muntok en Riouw naar Singapore, waarvoor een stoomschip beschikbaar kwam. Alle data van vertrek werden afhankelijk gesteld van de aankomst van de mailboten in Singapore. Op de route naar en van Singapore moest ten behoeve van de mailagent scheepsruimte beschikbaar worden gesteld, aldus Hommen in zijn publicatie (*). Daaruit zouden wij kunnen afleiden, dat er toen al op iedere maandelijkse vaarbeurt een expeditiekantoor aan boord aanwezig was. Dat impliceert niet dat de mailagent ook al over eigen stempels zou beschikken. Met ingang van 1 januari 1866 (er was inmiddels weer een nieuw contract gesloten met de N.I.S.M., die sedert ruim twee jaar met Engels kapitaal werd gefinancierd) werd deze dienst bestendigd, maar nu ook met een zijtak van Muntok naar Palembang. Daarvoor kwam een ander stoomschip beschikbaar, dat de rivier de Moesi bevoer. Bepaald was, dat het Gouvernement het recht had om een mailagent op het stoomschip te plaatsen, die gratis moest worden vervoerd. De reis Batavia-Singapore vice versa moest, volgens dit nieuwe contract, binnen acht etmalen volbracht worden, inclusief het oponthoud te Muntok (waar ook brieven van en voor Palembang werden uitgewisseld) en Riouw, waarbij het oponthoud te Singapore niet werd meegerekend. In bijlage 1 van Staatsblad 1864 nr. 5 vinden wij voor het eerst een officiële vermelding van de aanwezigheid van een expeditie kantoor aan boord der mailstomer. Het is een zogenaamd "medewerkend kantoor", ressorterende onder het postkantoor van Weltevreden. Bijlage 2 vermeldt voorts, dat ambtenaren van het bureau van de inspecteur der posterijen en van het postkantoor te Weltevreden, zoveel mogelijk beurtelings, de dienst van mailagent en ambulante postcommies aan boord van de stoomschepen, belast met de overbrenging van de Europese mail tussen Batavia en Singapore, zullen verrichten. Zij hebben de rang van "tweede kommies" en ontvangen een maandelijks traktement van f 220,-. Noot van Leo Koning: Uit de Bijlage 2 blijkt tevens dat het postkantoor Weltevreden ook een ambtenaar als "derde commies" kon afvaardigen met een maandelijks traktement van f 150,-. Hier stellen wij overigens vast dat er op ieder bepaald moment maar één schip met één expeditie kantoor (met één mailagent die dan over een set stempels beschikte) in de vaart was. De taken van het expeditiekantoor waren: 1. De met Britse pakketboten (en Franse van eind 1862 tot eind februari 1866) te Singapore aangebrachte brieven voor Indië in ontvangst nemen en andersom ook brieven uit Indië afgeven. 2. Het overbrengen van brieven voor Palembang, Muntok (op Banka) en Riouw (Tandjong Pinang). Brieven voor deze bestemmingen werden buiten de gesloten mail (afgesloten brievenmalen of dépêches) verzonden, waardoor zij rechtstreeks vanaf Singapore te bestemder plaatse konden worden afgegeven. Dit gaf een snellere bezorging, want de brieven hoefden dan niet eerst helemaal naar Batavia mee te gaan. Overigens werden vanaf de tweede helft van mei 1866 door het spoorwegpostkantoor Moerdijk al gesloten brievenmalen gemaakt, bestemd voor Riouw, Muntok en Palembang. Andersom geschiedde het ook, dat brieven onderweg werden meegenomen richting Singapore. 3. Brieven voor Singapore en Penang, alsmede voor China werden voor gesorteerd. Kortom, brieven en pakketten werden ontvangen en uitgegeven door de zorg van de mailagent. Uiteraard kon het scheepspersoneel aan boord ook zelf post verzenden. Er zijn een paar briefkaarten bekend. Bulterman meldt, dat bekende brieven met een afstempeling van het ronde stempel van het expeditiekantoor voornamelijk afkomstig zijn van Singapore en daar aangebracht zijn uit buurlanden, bestemd voor Indië. Dat is geheel verklaarbaar, want deze brieven vielen letterlijk en figuurlijk buiten de gesloten mailzakken afkomstig uit Europa en werden dus los meegezonden. Wanneer werden voor het eerst, poststempels door het expeditiekantoor gebruikt? Wanneer werd het zogeheten expeditiekantoor als zodanig opgericht? Op 1 juni 1854? Of op 1 januari 1863 toen het nieuwe reglement op de brievenposterij in Indië van kracht werd? Wij weten het niet. Merkwaardig is, dat circulaire nr. 65 van 18 december 1873 de openstelling van een expeditiekantoor aan boord van de mailstomer tussen Batavia en Singapore meldt, en wel met ingang van 1 januari 1874, waarbij tevens wordt bepaald, dat dit kantoor het puntstempel 69 zou gebruiken. Is hier sprake van een heroprichting? Is het kantoor tijdelijk gesloten geweest? Bulterman geeft aan, dat er geen brieven met het rondstempel bekend zijn tussen 1869 en 1874. Uit de beschreven activiteiten van de mailagent maken wij niet op, dat het expeditiekantoor tijdelijk zou zijn gesloten. Bovendien meldt staatsblad 1873 nr. 25, uitgegeven op 1 februari 1873, in een bijlage betreffende de standplaatsen der post- en hulppostkantoren in Nederlands-Indië, dat er wel degelijk een expeditiekantoor aan boord der mailstomer was. Wij kunnen moeilijk aannemen, dat Weigand, die deze circulaire gepubliceerd heeft, de tekst foutief zou hebben weergegeven. Wie kan een afstempeling laten zien tussen 1869 en 1874? Begin 1878 werd het expeditie kantoor opgeheven, ondermeer omdat de werkzaamheden van dit kantoor werden overgenomen door de toen opengestelde postagentschappen te Singapore en Penang. Om een en ander in een ruimer kader te plaatsen, willen wij dit hoofdstuk afsluiten met een korte samenvatting van de verzendmogelijkheden van post van en naar Batavia, toen het expeditie kantoor opengesteld was. Met Britse pakketboten kon mail tot Singapore worden verzonden. In aansluiting daarop werd de afhaaldienst ingezet. Vanaf eind 1862 kregen de Britse pakketboten concurrentie van de Franse scheepvaartmaatschappij "Messageries Imperiales". Ook deze mogelijkheid kon voor onze mailverzending worden benut; het stoomschip "Java" haalde de in Singapore aangebrachte post op. Op poststukken diende men in Nederland dan wel te schrijven "met de Fransche paketboot over Marseille". Vanaf 22 februari 1866 nam de Franse maatschappij ook het traject Singapore-Batavia voor haar rekening. Op 17 november 1869 werd het Suez-kanaal geopend. Naar aanleiding daarvan werd door de Stoomvaartmaatschappij "Nederland" op 15 mei 1871 een dienst tussen Nieuwediep en Batavia vice versa geopend via het Suez-kanaal, waarbij ook brieven en pakketten werden vervoerd ("per zeepost"). (*) Artikelenreeks van B.H. Hommen over “Een en ander uit de geschiedenis der Indische Landmail 1830-1930” in “De Philatelist 9, 10 en 11 uit 1934-1936.
Uit: |