No. 1, 2 en 3
|
De expeditie Atjeh is een beladen onderwerp in de koloniale geschiedenis van Nederland. De bevolking wilde niet meewerken aan de onderwerping. Daarom besloot men na de oorlogsverklaring begin 1873 tot een expeditie. Deze expeditie mislukte jammerlijk. Om toch de gewenste grip te krijgen op Atjeh vertrok op 12 november 1873 een tweede expeditie, bestaande uit 3 brigades van in totaal ongeveer 14.000 manschappen uit Batavia. Deze expeditie landde op 9 en 10 december op de kust van Atjeh, waarbij iedere brigade een eigen veldpostkantoor had. Tijdens de expeditie werd op 24 januari 1874 de kraton, het paleis, van de sultan veroverd. Daarna werd op 31 januari Atjeh tot Nederlands grondgebied verklaard. Een direct bestuur werd ingesteld door een militair gezag. Op 19 maart 1874 werd de vroegere Kraton Kotta-Radja genoemd. Na de schermutselingen keerde de hoofdmacht op 21 april 1874 weer terug naar Batavia. Ongeveer 5.000 manschappen bleven in Atjeh achter om de orde en rust te handhaven, waarvoor één veldpostkantoor blijft functioneren. De toestand blijft tot ongeveer 1881 onrustig, waardoor het militair gezag bleef besturen. In de loop van 1881 en 1882 keerde de rust geleidelijk terug, waarna het militair gezag vervangen werd door een burgerlijk bestuur en het veldpostkantoor werd vervangen door vier gewone postkantoren. De briefkaarten Bij gouvernementsbesluit van 27 september 1873 werd bepaald dat ten dienste van de tweede expeditie 25.000 briefkaarten met stempelafdruk “SPECIMEN” kostenloos werden verstrekt aan de manschappen. Hiermee kreeg Atjeh al op 1-1-1874 de beschikking over de briefkaart, terwijl de rest van Indie moest wachten tot 1-4-1874. De veldpostkantoren kregen de beschikking over een puntstempel (66, 67 en 68) en een rondstempel, waarin het kantoornummer was opgenomen. Veldpostkantoor No.1 kreeg stempel 66, Veldpostkantoor No.2 kreeg 67 en Veldpostkantoor No.3 68. Nadat de hoofdmacht weer naar Batavia vertrok kregen in 1875 Oenarang stempel 67 en Padang Pandjang stempel 68. Veldpostkantoor No.1 blijft functioneren en eind november 1878 verdwijnt op het rondstempel de No.1 aanduiding. In de tweede helft van 1881 wordt het Veldpostkantoor rondstempel vervangen door een, voor tijdelijk gebruik, kleinrondstempel Atjeh (zeldzaam). Omstreeks eind februari 1882 wordt dit kleinrondstempel Atjeh vervolgens weer vervangen door een kleinrondstempel Kotta-Radja. Meer informatie over de veldpostkantoren van Atjeh kunt u vinden in de publicaties in “De Postzak” nr. 138 en 143 van R.A. Sleeuw en “De Postzak” nr. 170 van P. Storm van Leeuwen. |
Briefkaarten van de Veldpostkantoren
| Briefkaart van Veldpostkantoor Atjeh no.1 18-3-1875 naar Tjilatjap met specimen stempel (briefkaart gratis verstrekt aan de manschappen. |
---
| Briefkaart van Veldpostkantoor Atjeh no. 2 21-3-1874 naar Soerabaija via Penang en Singapore met specimen stempel (briefkaart gratis verstrekt aan de manschappen. Niet in mijn collectie. |
---
| Briefkaart van Veldpostkantoor Atjeh no. 3 14-4-1874 naar Batavia via Penang en Singapore met doorgangstempel Weltevreden 25-4-1874 met specimen stempel (briefkaart gratis verstrekt aan de manschappen. |
---